Hoe de openhaard of kachel aanmaken?

Hoe de openhaard of kachel aanmaken?

Hoe de openhaard of kachel aanmaken? Om snel het haardvuur aan te kunnen maken dient het haardhout onbehandeld en voldoende droog te zijn. Dat wil zeggen een vochtpercentage van maximaal 20%. Gebruik geen karton of papier maar aanmaakhout en aanmaakblokjes. Verder dient er voldoende zuurstof en trek te zijn, zodat het vuur en het rookkanaal snel op de juiste temperatuur komen. De luchttoevoer en klep dient daarom volledig open te staan. Zet ook een ventilatierooster open of een raam op een kier om voldoende zuurstof te waarborgen. Zo vindt er een volledige en schone verbranding plaats met een optimaal rendement.

Het is van belang om het vuur snel aan te maken met zo min mogelijk rookontwikkeling. Bij het aanmaken van het haardvuur ontstaat in de regel de meeste rookontwikkeling. Dit komt doordat het rookkanaal nog niet op de juiste temperatuur is en er hierdoor te weinig trek ontstaat.

Nog even kort samengevat.

  1. Gebruik onbehandeld en droog hout, vochtpercentage max. 20%
    Om overlast en vervuiling te voorkomen dient het hout vrij te zijn van vervuiling en verf. Het vochtpercentage mag maximaal 20% zijn. Te vochtig hout veroorzaakt meer rookontwikkeling en roet en geeft door de onvolledige verbranding een laag rendement.
  2. Zorg voor voldoende trek en zuurstof
    Voor een mooi en goed haardvuur is voldoende zuurstof nodig, zodat het rookkanaal snel op temperatuur is en er een volledige verbranding ontstaat. Hierdoor haalt u een hoog rendement en vind er een schone verbranding plaats. De luchttoevoer en klep dient daarom volledig open te staan. En de stookruimte moet geventileerd worden. Zet een ventilatierooster open of een raam op een kier.
  3. Vul uw kachel of haard op de juiste manier, van groot naar klein
    Leg twee grote haardblokken, met de gekloofde zijde naar boven, op de bodem of op een bedje van as van uw vorige stookbeurt. Op deze twee grote blokken legt u haaks twee kleinere haardblokken. Vervolgens legt u hier weer haaks op wat aanmaakhout. Bovenop en tussen het aanmaakhout legt u een aantal bruine aanmaakblokjes.
  4. Het aansteken van het haardvuur
    Voor het aansteken van de aanmaakblokjes kunt u het beste een lange aansteker gebruiken. De aanmaakblokjes vatten zeer snel vlam en zullen het vuur snel overbrengen op het aanmaakhout. Vervolgens zal het vuur zich verspreiden naar onderen en zullen de grote blokken ook vlam vatten. U kunt de kacheldeur nu sluiten. Als er te weinig zuurstof of trek is houdt u de kacheldeur bij het opstarten eerst nog een aantal minuten open. Op deze manier brand het vuur, vrijwel zonder rook, van boven naar beneden.
  5. Aanvullen met openhaardhout
    U hoeft pas weer openhaardhout op het vuur te doen als het hout bijna is opgebrand en er alleen nog kleine vlammetjes en kooltjes zijn. Schuif deze kooltjes naar elkaar toe en leg hier, met de gekloofde zijde naar onderen, één of twee nieuwe openhaardhout blokken op. Het openhaardhout zal snel vlam vatten en uw rookkanaal zal zo op temperatuur blijven.
  6. Het haardvuur uit laten gaan
    Het haardvuur kunt u rustig op laten branden en uit laten gaan. De grotere vlammen zullen overgaan in kleinere vlammen en na verloop van tijd zullen deze ook verdwijnen. Er blijven nu alleen nog brandende kooltjes over die vanzelf opbranden tot er alleen nog as overblijft. Sluit in deze fase niet de klep of luchttoevoer. Hierdoor zal het haardvuur gaan smoren en er een onvolledige verbranding ontstaan. Dit is niet goed voor het rookkanaal en kan overlast veroorzaken voor uw omgeving en het milieu.