Wanneer je voor het eerst een open haard of kachel gaat gebruiken, is het handig om te weten waar je op moet letten wanneer je gaat stoken. In deze blog leggen we het verschil in aanmaken uit voor een open haard en een kachel, en geven we je tips om maximaal rendement uit het stoken van jouw open haard of kachel te halen.

Het eerste gebruik: een nieuwe kachel inbranden

Heb je net een nieuwe houtkachel gekocht? Gefeliciteerd, dan zul je daar ongetwijfeld nog veel plezier aan beleven. Wanneer je voor het eerst een nieuwe kachel gaat ‘inbranden’ (zoals dat wordt genoemd) moet je met een paar dingen rekening houden.

Haardhout Staatsbosbeheer

Stook de kachel niet meteen volledig warm

Als je voor de eerste keer jouw kachel aansteekt mag deze een maximale temperatuur van 200 graden Celcius bereiken. Dit kun je meten met een speciale thermometer. Na de eerste keer branden mag je steeds wat warmer stoken qua temperatuur. De tweede keer mag je tot maximaal 300 graden stoken, de derde keer tot 400 graden. Daarna kun je de kachel volledig warm stoken. Dit inbranden (oftewel instoken) van de kachel doe je om uiteindelijk jouw kachel optimaal te laten branden.

Gebruik niet te veel hout

Het is belangrijk om de eerste paar keer dat je stookt de temperatuur laag te houden. Daarom moet je niet te veel hout gebruiken bij de eerste stookbeurten, anders kan de temperatuur in de kachel te snel omhoog schieten. Beter is om te beginnen met een paar houtblokken en de temperatuur tussentijds te meten. Hierna kun je altijd nog houtblokken toevoegen om de juiste warmte te bereiken.

Let op blauwe damp of een beslagen kachelruitje

Wanneer je de eerste keer stookt kan het zijn dat je kachel wat gaat roken of dat er aan de buitenkant (blauwe) dampen te zien zijn. Dit komt doordat de kachel voorzien is van verf of een coating. Deze laag is in het begin nog wat zacht, maar zal uitharden zodra je jouw kachel voor het eerst gaat gebruiken. Dit uithardingsproces kan er dus voor zorgen dat je wellicht wat rook of damp gaat zien bij jouw kachel, maar deze dampen en geuren zijn verder niet schadelijk. Dit kun je tegengaan door goed te luchten.
Wat ook vaak gebeurd is dat het kachelruitje bij het eerste gebruik beslaat. Dit komt doordat je nog niet op volledige warmte stookt, waardoor er meer roet vrijkomt, wat op het ruitje terecht slaat. Lees hier meer over hoe je kunt voorkomen dat je kachelruitje beslaat.  

Laat de kachel afkoelen tussen de brandbeurten door

Tussen de brandbeurten door is het belangrijk dat je de kachel volledig af laat koelen. Gebruik voor het inbranden ook altijd een thermometer zodat je de eerste paar keren niet te warm stookt.

Een open haard voor de eerste keer aansteken

Een open haard is natuurlijk anders opgebouwd dan een kachel. Het aansteken van een open haard gaat dan ook anders in zijn werk dan een kachel. Voor het meest efficiënte brandproces wordt vaak de Zwitserse methode gebruikt. Hiervoor gebruik je aanmaakblokjes of houtsnippers en haardhout. Gelukkig is een open haard aansteken voor het eerste gebruik niet moeilijk. Je begint met twee of drie blokken hout, die je met de bast naar boven legt. Hier leg je kruislings nog 2 a drie blokken bovenop. Het is belangrijk dat je voldoende ruimte tussen de blokken houdt, zodat het vuur zich goed kan verspreiden. Vervolgens leg je op dit stapeltje een paar houtsnippers of aanmaakblokjes die je aansteekt. Hierbij moet je de zuurstoftoevoer volledig geopend is. Zodra het vuurtje goed brandt dien je de zuurstoftoevoer te verminderen tot het minimale niveau. Hierna brandt jouw openhaardvuur constant en gelijkmatig. Kijk ook bij onze blog 4 tips om voordelig een buitenhaard aan te steken voor meer informatie over buitenhaarden.

Vuurkorf met haardvuur
Hoe de openhaard of kachel aanmaken?