Nat hout stoken en waarom u dat niet moet doen

Nat hout stoken en waarom u dat niet moet doen

Wanneer u efficiënt en verantwoord wilt stoken, vormt kwalitatief hoogwaardig hout een belangrijke basis. Per definitie is dit hout met een beperkt vochtpercentage. Een vochtpercentage tussen de 15 en 20% is ideaal. Voor verschillende soorten stookhout dat aan deze vereiste voldoet bent u bij Golden Flame aan het juiste adres. Uiteraard is het van belang dat u het hout ook op de juiste manier opslaat. Op deze pagina vertellen wij u alles over de gevolgen van nat stoken en hoe u dit kunt voorkomen.

Inhoudsopgave

De negatieve gevolgen van nat hout stoken

Wanneer hout wordt gekapt, kan het -afhankelijk van onder andere de exacte soort- tot wel 80% vocht bevatten. Dit vocht zijn groeisappen die niet in staat zijn om te branden. Het hout kan zelfs pas branden wanneer deze sappen, ook wel restvocht genoemd, is verdampt. Zou u vers gekapt hout zo stoken, dan zou dit verschillende problemen veroorzaken.

Het eerste probleem dat zich bij vochtig hout stoken voordoet, is de inefficiënte verbranding. Dit levert u een lager rendement op. Eenvoudiger gezegd: u heeft meer hout nodig om de gewenste warmte te verkrijgen. Omdat vochtig hout smoort en niet brandt, ontstaat er ook meer rookontwikkeling. Dit doet uw kachel of openhaard geen goed, maar uw gezondheid natuurlijk ook niet. Door de onvolledige verbranding van het hout wordt het risico op de afzet van het giftige creosoot in het rookkanaal een stuk groter. Dit kan zelfs schoorsteenbrand opleveren.

Wat gebeurt er precies bij het stoken van vochtig hout?

Gaat u nat hout stoken, dan moeten eerst de groeisappen verdampen. Dit kost veel energie. Dat leidt ertoe dat u uw kachel niet goed kunt laten branden en dat er geen vuur ontstaat waarmee u de gewenste temperatuur bereikt. Eerst zal dus het vocht verdampen en de verbranding die daarna volgt lijkt vaak meer op een smoorproces. Dit leidt tot meer rook, wat -zoals we reeds noemden- slecht is voor uw gezondheid én uw verbrandingsapparaat. Rook en aanslag in een kachel of openhaard leiden namelijk tot een snellere slijtage.

Is nat hout stoken gevaarlijk?

In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht kan nat hout stoken gevaarlijk zijn. De onvolledige verbranding leidt tot rook en koolmonoxide in de ruimte. Zoals u weet, vormt die laatste een ernstig gezondheidsrisico. Kinderen, ouderen, mensen met gezondheidsproblemen of specifiek longproblemen hebben extra onder rookontwikkeling te lijden. Het stoken van nat hout leidt in een rookkanaal al snel tot de ophoping van creosoot in plaats van alleen het gebruikelijke roet. Creosoot is zeer brandbaar en kan makkelijk tot schoorsteenbrand leiden. Er kunnen dus vele gevolgen aan nat hout stoken zijn verbonden.

Tips voor de opslag van hout

Voorkom dat u gaat stoken met nat hout

De boodschap is duidelijk: stoken met nat hout dient u dus te allen tijde te voorkomen. Gebruikt u daarom alleen hout dat goed gedroogd is. Zo minimaliseert u risico’s en bevordert u een efficiënte verbranding.

Tips voor de opslag van hout

Wilt u gebruik kunnen maken van goed droog brandhout? Dan is het, na het aanschaffen van hout van de juiste kwaliteit, vervolgens van belang dat u deze op de juiste manier opslaat. Dat doet u op niet alleen een droge, maar ook een geventileerde plaats. Voor de meeste mensen geldt dat zij binnen geen ruimte hebben voor houtopslag. Zolang u over een goed afdak beschikt, hoeft dat geen probleem te zijn. Deze kunt u overigens ook zelf bouwen.

Onder een afdak blijft stookhout beschermd tegen regen en sneeuw. Het is niet erg als het hout zo nu en dan een beetje vochtig wordt door de neerslag, het waait immers ook voldoende om het weer te laten drogen. Wel is het van belang dat het stookhout niet op de (vochtige) ondergrond rust.

Meet het vochtigheidspercentage alvorens u gaat stoken

Zelfs wanneer u kwalitatief hoogwaardig open haardhout aanschaft en dit volgens de voorschriften bewaart, kunt u behoefte hebben aan extra zekerheid. Een houtvochtigheidsmeter kan u die geven. Eerder schreven wij al een artikel over het meten van het vochtpercentage van hout. Kort samengevat gebruikt u een houtvochtigheidsmeter als volgt:

  1. Ten eerste klooft u het hout. Met andere woorden: u splitst het in kleinere stukken.
  2. U steekt de houtvochtigheidsmeter in de gekloofde kant van een stuk hout en voert de meting uit. U doet dit in het midden en aan beide kopse kanten, dus in totaal op drie punten.
  3. U berekent het gemiddelde om tot het uiteindelijke vochtpercentage van het hout te komen. Zoals we eerder al noemden, heeft het hout idealiter een vochtpercentage dat tussen de 15 en 20% ligt.
Cor Dees